Schaap-Geit | Veehouder | Zoönosen

Q-koorts

Q-koorts is een infectieziekte die van dieren op mensen kan overgaan (zoönose). De ‘Q’ in Q-koorts verwijst naar het woord ‘Query’, dat vraag of vraagteken betekent. Tot 1937 was de verwekker van de ziekte namelijk onbekend.
Naar aanleiding van de toename van ziektegevallen met Q-koorts in 2007 en 2008 is door het toenmalige ministerie van LNV besloten om met ingang van 12 juni 2008 Q-koorts aan te wijzen als meldingsplichtige dierziekte. De veterinaire meldingsplicht van Q-koorts beperkt zich tot melkgeiten en melkschapen. Vanaf 1 oktober 2009 wordt bij alle melkgeiten- en melkschapenbedrijven periodiek tankmelkonderzoek verricht.
Vanaf 2010 is ook vaccinatie tegen Q-koorts verplicht gesteld voor alle bedrijven met melkschapen of melkgeiten en voor bedrijven met schapen en geiten met een publieksfunctie zoals kinderboerderijen, dierentuinen en zorgboerderijen. Ook houders van schapen in rondtrekkende kuddes, in natuurgebieden en op bedrijven die lammetjesaaidagen houden, worden verplicht hun dieren te vaccineren.

Oorzaak

Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii (genoemd naar de onderzoekers Cox en Burnet die een grote bijdrage hebben geleverd aan het onderzoek naar deze bacterie). Coxiella burnetii is een gramnegatieve bacterie die zich alleen in cellen kan vermenigvuldigen. Buiten het menselijk en dierlijk lichaam neemt de bacterie een soort sporevorm aan. Deze sporevorm is heel goed bestand tegen droge omstandigheden en stelt de bacterie in staat lang te overleven in de omgeving.
In de lammerperiode wordt de ziekteverwekker massaal uitgescheiden in vruchtwater en feces. Ook urine, feces en melk kunnen de verwekker bevatten. Melkschapen en -geiten worden vaak gehouden in een potstal. Regelmatig wordt er stro bij gegooid in de stal zodat er op den duur een dikke laag ‘mest’ aanwezig is waarin veel bacteriën kunnen voorkomen die door de dieren zijn uitgescheiden.

Verschijnselen

Bij geiten en schapen verlopen veel infecties met Q-koorts zonder symptomen. Klinische verschijnselen komen met name rond de geboorte aan het licht. Soms is er sprake van zieke of doodgeboren lammeren, soms van een afwijkend abortusaantal. Wat afwijkend is, is voor elk bedrijf verschillend. Abortussen kunnen namelijk ook een andere oorzaak hebben dan een besmetting met de Q-koortsbacterie. Het ene bedrijf heeft er meer last van dan het andere. Wanneer het aantal abortussen hoger is dan normaal, kan dit komen door Q-koorts. Houders en dierenartsen moeten dit melden, omdat schapen en geiten het grootste risico vormen voor de verspreiding van de Q-koortsbacterie. Houders van ander vee dan schapen en geiten zijn uitgezonderd van de meldplicht van verschijnselen van Q-koorts.

Behandeling en preventie

Als de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) een bedrijf als besmet aanmerkt, krijgt de veehouder hierover een brief. Er gelden dan de volgende maatregelen:
– Uitmestverbod. Als op een bedrijf Q-koorts is vastgesteld, moet de mest ná verwijdering uit de stal eerst 30 dagen afgedekt worden opgeslagen voordat het mag worden uitgereden of afgevoerd.
– Bezoekverbod. Alleen mensen die vanwege hun beroep of bedrijf langskomen, mogen in de stallen van het besmette bedrijf.
– Afvoerverbod: dieren mogen alleen voor slachtdoeleinden worden afgevoerd van het bedrijf. Er gelden uitzonderingen voor lammeren jonger dan 4 weken en voor opfokdieren.
– Aanvoerverbod; tenzij de dieren zijn gevaccineerd.
– Verplichtingen tot het bijhouden van administratie met betrekking tot de mest, het bestrijden van ongedierte en de beschikbaarheid van bakken in de stal voor het verzamelen van nageboorten.
Preventieve maatregelen zijn gericht op het verminderen van risico bij de bron. Een veelbelovende methode om dit te bereiken is vaccinatie van dieren.
Daarnaast is de rijksoverheid samen met LTO een hygiëneprotocol overeengekomen. Dit hygiëneprotocol geldt voor alle melkgeiten- en melkschapenhouderijen in heel Nederland, ongeacht of er Q-koorts op het bedrijf vastgesteld is of niet. Voor bedrijven die op basis van het tankmelkonderzoek Q-koortsbesmet zijn verklaard, is een deel van de maatregelen uit het hygiëneprotocol verplicht. Het hygiëneprotocol heeft betrekking op:

  • algemene hygiëne
  • uitmesten
  • mestopslag en -vervoer
  • aflammerperiode
U hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Wilt u onbeperkt artikelen lezen op veehouderenveearts.nl, neem dan contact op met uw dierenarts
Meer over:
Schaap-GeitVeehouderZoönosen
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Veehouder & Veearts volledige toegang

Nieuwsbrief Wilt u volledige toegang tot de website en het magazine thuis ontvangen? Neem dan contact op met uw dierenarts.