Pluimvee

Salmonella Pullorum bij kippen: onzichtbare insluiper

Pas in de slachterij wordt de besmetting met Salmonella Pullorum (SP) bij kippen ontdekt: hier springen de vergrote, groen verkleurde levers in het oog. Gelukkig komt SP zelden voor, maar als de ziekte uitbreekt kan de schade flink oplopen.
De pluimveehouder met een leg-uitloopbedrijf met één stal, heeft de helft van zijn 35.000 bruine leghennen op de leeftijd van 80 weken afgevoerd naar de slachterij. De andere helft staat gepland voor vertrek later in de week. Hoewel het koppel tijdens de ronde de nodige problemen heeft gehad, ogen de dieren op dit moment gezond en is de productie over de gehele periode in orde. Kort na het slachten neemt de slachterij echter contact op: ongeveer 40 procent van de dieren is afgekeurd omdat ze een sterk vergrote en groen verkleurde lever hadden. De constatering van de slachterij is zorgelijk, omdat naast het verloren inkomen door de afkeuring, deze letsels misschien veroorzaakt zijn door een ziektekiem die bij het nieuwe koppel voor problemen kan zorgen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Salmonella Gallinarum (SG), vogelcholera (Pasteurella) of vlekziekte (Erysipelothrix). Dankzij de snelle reactie van de slachterij is er nu nog tijd om dieren te onderzoeken, zodat het nieuwe koppel eventueel gericht geënt kan worden tegen de gevonden kiem, en er indien nodig maatregelen genomen kunnen worden tijdens de schoonmaak en desinfectie van de stal. Er worden snel enkele dieren naar de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer gestuurd voor sectie­. Bij de GD worden dezelfde groen verkleurde, gezwollen levers gezien. Uit de bacteriologie blijkt dat er een kiem groeit die verdacht veel lijkt op SG. In afwachting van de definitieve typering van de kiem wordt het bedrijf als SG-verdacht beschouwd. Door de pluimveehouder worden nu maatregelen genomen om te voorkomen dat de kiem zich verder verspreidt naar buurtbedrijven of naar bedrijven op de route tussen het bedrijf en de slachterij of tussen het bedrijf en de mestverwerking. De overige hennen worden ondertussen geslacht. Uit de definitieve typering blijkt vervolgens dat het gaat om SP en niet om SG. Een uniek geval, want SP is bij commercieel pluimvee in Nederland al vele jaren niet aangetoond. Met zorg worden de enkele op het uitloop­bedrijf overgebleven dieren door de veehouder verzameld. Deze worden bij de GD onderzocht en blijken meer gevorderde letsels te hebben, zoals misvormde eierstokken (zie foto in kader, pagina 10) en ook bij deze dieren wordt SP aangetoond.

Plan van aanpak

Samen met de begeleidende dierenarts is er aan de hand van het Tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan Salmonella een plan van aanpak opgesteld. Uit eerdere uitbraken in het buitenland is gebleken dat een aantal bronnen in de omgeving van het bedrijf een verhoogd risico op insleep en verspreiding van SP vormt. Naar aanleiding hiervan heeft de pluimveehouder een aantal ratten en muizen gevangen en mest verzameld van wilde vogels die hun nest hadden op zijn bedrijf. Andere monsters die genomen zijn om de mogelijke bron te traceren zijn onder andere mest van de kippen, afkrabsels van de uitloop, stof, eierstruif en voerrestanten in het systeem. Het is bekend dat Salmonella Enteritidis (SE) zich kan handhaven en vermenigvuldigen in bloedluizen. Het is zeer aannemelijk dat SP dit ook kan en daarom zijn er ook bloedluizen ingestuurd, samen met torretjes en spinnen uit de stal. Bij de GD kon in geen van deze monsters SP aan­getoond worden.

Monitoring

Nadat het bedrijf volledig was uitgeladen, is er zo snel mogelijk begonnen met het afvoeren van mest uit de stal en met het reinigen en ontsmetten van zowel de stal als uitloop. Het bedrijf is volledig nat gereinigd en ontsmet door een extern bedrijf. Na de reiniging en ontsmetting is de stal grondig bemonsterd en kon er geen SP meer worden aangetoond. Voor het volgende koppel werden bloedtapmomenten gepland om te monitoren voor een eventuele herinfectie.

Bestrijding

De ongediertebestrijding werd grondig aangepakt en er werden extra maatregelen genomen tegen bloedluis. Onder andere ratten, muizen en bloedluizen kunnen een reservoir op het bedrijf vormen waarin de SP-bacterie zich kan handhaven. Op deze manier kan de bacterie reiniging en des­infectie van de stal mogelijk overleven.
Samenvattend zijn de volgende belangrijke punten uit dit overleg naar voren gekomen:

  • Na afvoer van de hennen zo snel mogelijk­ mest uit de stal halen.
  • En deze mest zo snel mogelijk afvoeren, mede om verspreiding door ongedierte tegen te gaan.
  • Als afvoer niet mogelijk is, mest af­dekken met zeil om te laten broeien.
  • Zo veel mogelijk met een schone weg en vuile weg werken.
  • Stal nat reinigen en ontsmetten.
  • Ongediertebestrijding kritisch tegen het licht houden en optimaliseren.
  • Goede bestrijding bloedluis.
  • Uitloop afgazen bij sloten/bosschages.
  • Uitloop omploegen en vermengen met ongebluste kalk.
  • Komend koppel in opfok tweemaal vaccineren met een levend SG-vaccin.
  • Komend koppel monitoren aan de hand van bloedmonsters.

Het volgende koppel wordt dus geënt met een vaccin tegen SG. SG en SP behoren tot dezelfde bacteriesoort (zie kader). Dit geeft enige bescherming, maar is op zichzelf niet genoeg; de stal en de uitloop dienen grondig gereinigd en ontsmet te worden. Een lastige opgave, zeker wat betreft de uitloop. Voor omliggende bedrijven geldt een aanbeveling om ook te vaccineren.

Afsluitend

Dankzij de snelle reactie van de slachterij en vlot handelen van de veehouder, kon tijdig een diagnose gesteld worden. Op basis hiervan kon het volgende koppel de juiste entstof krijgen. De pluimveehouder bracht bovendien buurtbedrijven op de hoogte en hield rekening met het verspreidingsrisico tijdens schoonmaak en des­infectie. Gelukkig zijn er sinds dit geval geen verdere SP-besmettingen bij Nederlands commercieel pluimvee vastgesteld. Waar de besmetting vandaan is gekomen, is zoals in veel van dit soort incidentele gevallen een raadsel. Het gaat om een uitloop­bedrijf, dus contact met besmette wilde vogels kan een bron zijn. Vreemd blijft dan dat er geen andere bedrijven besmet zijn door dit wild. Op basis van verschillende inzendingen bloed tijdens de productieperiode kon de GD wel traceren in welke periode de besmetting plaats gevonden moet hebben: dit was ergens tussen 70 en 73 weken leeftijd. In die periode waren er geen ongebruikelijke bezoeken aan de stal. Dit geeft ook aan dat de besmetting relatief vroeg na de start ontdekt­ is. Gezien de letsels mag verwacht worden dat er hoge uitval zou zijn geweest indien de dieren langer aangehouden waren.
Hoewel het economische belang van een SP-vrije status voor de Nederlandse pluimveesector overduidelijk is, zijn er geen vergoedingen voor getroffen pluimveehouders. In lijn hiermee kan de sector weinig tot geen eisen stellen aan de manier waarop een pluimveehouder kiest met de besmetting om te gaan. Zouden bij een toekom­stige besmetting leghennen op een jongere leeftijd besmet raken, dan zou het voor de legpluimveehouder aantrekkelijk kunnen zijn om de besmette dieren gewoon aan te houden; een potentieel risicovolle situatie voor met name nabijgelegen vermeerderingsbedrijven. Een snelle diagnose en eerlijke­ communicatie naar onder andere buurtbedrijven blijven daarom van het grootste belang in de aanpak van deze zeldzame ziekte.

Salmonella Pullorum (AR)
Salmonella Pullorum, of kortweg SP, is een bacterie die zeer ziekteverwekkend is voor met name jonge kippen en kalkoenen. Het lastige is dat SP bij volwassen dieren vaak geen klachten geeft en dat de bacterie niet aangetoond wordt met de standaard Salmonellakweek. Dit betekent dat bijvoorbeeld oudere koppels leghennen makkelijk geïnfecteerd kunnen worden zonder dat iemand het door heeft; een ideaal reservoir voor de bacterie om zich verder te verspreiden.
Een probleem is dat de bacterie vanuit deze besmette dieren in de eieren terechtkomt.
Voor mens onschadelijk
Voor mensen is de bacterie onschadelijk, dus voor consump­tie-eieren is dit niet eens echt erg. Voor kuikens is SP echter zeer ziekteverwekkend en het nauwe contact tussen­ de dieren in de eerste levensdagen maakt snelle onderlinge uitwisseling van de bacterie mogelijk. De sterfte kan hierbij in korte tijd extreem hoog oplopen. De enkele overlevende kuikens kunnen levenslang ‘drager’ blijven en de bacterie verder verspreiden.
MeNaamloosldingsplicht bij SP-besmetting
Vanwege de grote economische schade zijn SP-besmettingen bij vermeerderingskoppels meldingsplichtig en van het getroffen koppel mogen uiteraard geen broedeieren meer geleverd worden. In de praktijk zal dit er op neer komen dat dergelijke koppels snel geruimd moeten worden. Alle vermeerderingskoppels in Nederland worden daarom aan het begin van de productieperiode verplicht onderzocht op SP via een bloedtest. Gelukkig komt SP dankzij grote inspanningen in het verleden in Nederland nagenoeg niet meer voor. Slechts zeer af en toe is er een geval. Wereldwijd komt de kiem echter nog wel gewoon voor, ook bij hobbypluimvee en mogelijk bij wild gevogelte, dus accidentele import van de ziekte blijft continu een risico.
Casus
In deze casus beschrijven we een geval van ziekte door SP bij volwassen hennen. Zoals hierboven besproken, komt dit eigenlijk maar weinig voor: SP is met name een ziekte van kuikens. Bij oudere koppels van vooral de zwaardere, bruine legrassen wordt na besmetting met SP echter af en toe melding gemaakt van ziekte, vooral gekenmerkt door plotse sterfte. Dieren die snel na infectie overlijden, zien er bij sectie uit zoals dieren met bijvoorbeeld vlekziekte of SG.
Als de dieren iets langer leven voordat ze overlijden, vinden we soms witte haarden in verschillende organen en kan de eierstok er misvormd uit gaan zien (zie foto).

Dit artikel is gepubliceerd in het vakblad Veehouder en Veearts.

Over de auteur: Jasper Lentz
Jasper Lentz (1989) is geboren in Hardenberg (Ov.) en is opgegroeid in het Drentse dorp Dalen. Na de studie Journalistiek is hij in 2013 aan...
Meer over:
Pluimvee
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Veehouder & Veearts volledige toegang

Nieuwsbrief Wilt u volledige toegang tot de website en het magazine thuis ontvangen? Neem dan contact op met uw dierenarts.