Bij een schaap dat voor pathologisch onderzoek werd ingestuurd bij de Gezondheidsdienst voor Dieren, is voor het eerst in Nederland de lintworm Taenia multiceps vastgesteld. Dat blijkt uit aanvullend onderzoek van het RIVM. De parasiet veroorzaakt coenurosis, een aandoening van het centrale zenuwstelsel bij schapen. Het betreft een zoönose, maar de ziekte is niet meldingsplichtig.
Aanvankelijk kon op basis van de bevindingen een meldingsplichtige vorm van echinococcose niet worden uitgesloten. Daarom werd materiaal doorgestuurd naar het RIVM voor moleculaire typering. Uit dat onderzoek bleek dat het ging om Taenia multiceps. Voor zover bekend is dit de eerste bevestigde vondst van deze lintworm bij een schaap in Nederland.
Schapen raken besmet door opname van lintwormeieren uit de omgeving. De volwassen lintworm leeft in de dunne darm van onder meer honden, vossen en wolven. Via de mest van deze eindgastheren komen infectieuze eieren in het milieu terecht. Na opname door een schaap ontwikkelen de larven zich tot blaaswormen in het centrale zenuwstelsel.
Coenurosis kent een acute en een chronische vorm. Beide gaan gepaard met neurologische aandoeningen en kunnen uiteindelijk tot sterfte leiden.
Alertheid
Dierenartsen en schapenhouders wordt geadviseerd om bij schapen met neurologische verschijnselen ook aan Taenia multiceps te denken. Mogelijke symptomen zijn onder meer blindheid, cirkelen, depressie, ataxie, een scheve kopstand, afwijkend gedrag, verminderde voeropname, omvallen, krampen, blijven liggen en verhoogde prikkelbaarheid.
Een waarschijnlijkheidsdiagnose kan worden gesteld op basis van de klinische verschijnselen. Bevestiging is mogelijk met beeldvormende diagnostiek, al wordt die in de schapenhouderij weinig toegepast, of via pathologisch onderzoek.







