Pluimvee | Zoönosen

Vogelgriep

Vogelgriep (aviaire influenza, AI) is een verzamelnaam voor verschillende griepvirussen die gevaarlijk kunnen zijn voor pluimvee. Vooral kippen, kalkoenen, watervogels, waad-, strand- en loopvogels en spreeuwen kunnen erg ziek worden van aviaire influenza en kunnen er dood aan gaan. Sommige varianten van aviaire influenza zijn ook overdraagbaar op mensen.
Aviaire influenza kent twee vormen: een milde vorm (laagpathogeen, LPAI) en een gevaarlijke vorm (hoogpathogeen, HPAI). De gevaarlijke vorm wordt ook wel vogelpest genoemd.  De meeste aviaire influenzavirussen zijn van de milde variant. Dieren die geïnfecteerd zijn met deze milde variant, vertonen nauwelijks ziekteverschijnselen. LPAI kan echter veranderen in de zeer besmettelijke variant HPAI. Om die reden worden bedrijven ook bij een uitbraak van de milde vorm geruimd.
Vogelgriep is een aangifteplichtige en bestrijdingsplichtige ziekte. Als een veehouder of dierenarts symptomen ziet die op vogelgriep kunnen wijzen, dan moet dit direct worden gemeld bij het landelijk meldpunt: (045) 546 31 88.

Oorzaak

Het avaire-influenzavirus kan Nederland binnenkomen door import van levende vogels, consumptie-eieren en eiproducten, pluimveevlees en pluimveeproducten en via reizigers. Ook verspreiding via trekvogels vormt een risico.
Pluimvee kan op verschillende manieren vogelgriep oplopen:

  • Via direct contact met (trek)vogels. Besmette vogels verspreiden het virus via luchtwegen, oogvocht en mest.
  • Via besmet materiaal zoals voer, kratten, transportmiddelen en mensen die via hun schoenen of kleding in contact zijn geweest met het virus.
  • Via stof uit een besmette stal (die door de lucht wordt verspreid).

Ziekteverschijnselen

Na infectie met hoogpathogene vogelgriep worden vogels snel ziek. Vaak al binnen enkele uren tot 3 dagen. De eerste symptomen zijn:

  • algehele duidelijke sloomheid;
  • de dieren maken geen geluid meer.

In een later stadium is het volgende te zien bij deze dieren:

  • ademhalingsproblemen;
  • plotselinge sterfte;
  • daling water- en voeropname;
  • legdaling;
  • windeieren en bleke schalen;
  • diarree;
  • zwelling en blauwkleuring van kam, lellen en poten;
  • oogontstekingen;
  • zenuwverschijnselen.

Vogels met laagpathogene vogelgriep kunnen last krijgen van:

  • luchtwegaandoeningen met verhoogde sterfte;
  • een verlaagde eierproductie.

Overdracht naar de mens

Direct contact met met HPAI-vogelgriep besmet pluimvee kan leiden tot ernstig verlopende infecties bij mensen.  Infecties van mensen met HPAI H5N1-virus in Azië in 1997 en 2004 en een HPAI H7N7 in Nederland in 2003 gingen zelfs gepaard met sterfte.
Ook bestaat het gevaar dat de overstap van HPAI-virus via besmet pluimvee naar de mens kan leiden tot een nieuwe influenzapandemie als het vogelvirus zich aanpast aan zijn nieuwe gastheer of als vogelvirus-genoomsegmenten gemengd worden met genoomsegmenten van een humaan influenzavirus.

Diagnose, bestrijding en preventie

Het Central Veterinary Institute (CVI) is het aangewezen instituut waar de diagnostiek van de ziekte aviaire influenza of klassieke vogelpest wordt uitgevoerd. Het CVI doet laboratoriumtesten om te zien of het virus aanwezig is en voert diagnostiek uit op monsters van pluimvee van bedrijven waar een verdenking is. Ook onderzoekt het CVI wilde (water)vogels.
Preventief worden in Nederland op commerciële pluimveebedrijven met regelmaat monsters genomen die worden onderzocht op vogelgriep (reguliere monitoring). Daarnaast bestaat er een systematiek waarbij dierenartsen bij bepaalde ziekteverschijnselen, die kunnen wijzen op vogelgriep, monsters inzenden voor onderzoek (early warning).
Als deze monsters positief reageren, worden daarop officiële monsters genomen door de NVWA en onderzocht door het Centraal Veterinair Instituut (CVI). Bij een daadwerkelijke besmetting wordt het bedrijf zo snel mogelijk geruimd. Er wordt een beperkingsgebied met een straal van 1 kilometer rondom het besmette bedrijf ingesteld. Het beperkingsgebied en de daaraan gekoppelde maatregelen worden in principe 21 dagen na de voorlopige ontsmetting opgeheven.
Naast de reguliere monitoring en early warning hebben veehouders en transporteurs van levende dieren een belangrijke taak om hygiënemaatregelen te nemen waarmee insleep van ziektevirus is te voorkomen.

U hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Wilt u onbeperkt artikelen lezen op veehouderenveearts.nl, neem dan contact op met uw dierenarts
Meer over:
PluimveeZoönosen
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Veehouder & Veearts volledige toegang

Nieuwsbrief Wilt u volledige toegang tot de website en het magazine thuis ontvangen? Neem dan contact op met uw dierenarts.