In Denemarken is op twee kalkoenbedrijven hoogpathogene vogelgriep (H5N1) vastgesteld. In totaal moeten 67.000 kalkoenen worden gedood om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Het zijn de eerste twee uitbraken van het nieuwe vogelgriepseizoen.
De eerste besmetting werd op 23 oktober vastgesteld op een kalkoenbedrijf met 40.000 dieren in Bøgelunde, in de gemeente Slagelse. Twee dagen later werd het virus aangetroffen op een bedrijf met 27.000 kalkoenen in Stokkemarke, op het eiland Lolland. Volgens de Deense voedsel- en veterinaire autoriteit Fødevarestyrelsen zijn beide besmettingen bevestigd door het Statens Serum Institut.
Rond de getroffen bedrijven zijn beschermingszones van drie kilometer en bewakingszones van tien kilometer ingesteld. Binnen deze gebieden gelden strengere regels voor pluimveehouders. Het vervoer van levende vogels, eieren en pluimveeproducten is zonder speciale toestemming verboden.
Besmettingen bij wilde vogels
Volgens de Deense autoriteiten zijn de afgelopen weken ook meerdere besmettingen bij wilde vogels vastgesteld. Vooral tijdens de najaarstrek neemt het risico op verspreiding van vogelgriep toe. Pluimveehouders krijgen daarom het advies contact tussen hun dieren en wilde vogels zoveel mogelijk te voorkomen. Ook moeten zij ervoor zorgen dat wilde vogels geen toegang hebben tot voer en drinkwater.
Door de twee uitbraken is Denemarken zijn officiële status als land vrij van hoogpathogene vogelgriep kwijtgeraakt. Dat kan gevolgen hebben voor de export van pluimvee en pluimveeproducten. De Deense autoriteiten houden de situatie nauwlettend in de gaten. Het landelijke dreigingsniveau staat vooralsnog op gemiddeld.







