Het Friedrich-Loeffler-Institut (FLI) meldde begin augustus de vondst van een nieuw, nog niet volledig gekarakteriseerd orthobunyavirus bij runderen in Zuid-Duitsland. Daarover schrijft de Gezondheidsdienst voor Dieren. Het virus behoort tot de Simbu-serogroep en is genetisch het meest verwant aan het Shamonda-virus.
Inmiddels is het virus ook aangetoond bij runderen in Zwitserland en Frankrijk. De besmette runderen vertoonden onder meer koorts, diarree en soms een duidelijke daling van de melkproductie. Bij deze dieren werden schmallenbergvirus (SBV), blauwtongvirus (BTV) en epizoötische hemorragische ziekte (EHD) uitgesloten.
Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat het nieuwe virus ziekte veroorzaakt bij schapen en geiten. Net als schmallenbergvirus behoort het nieuwe virus tot de Simbu-serogroep van orthobunyavirussen, die door knutten worden overgedragen. SBV werd in 2011 voor het eerst in Nederland aangetoond en kan bij infectie van schapen tijdens een gevoelige periode van de dracht leiden tot embryonale sterfte, doodgeboorte en aangeboren afwijkingen bij lammeren. Vooral infecties tussen dag 27 en 60 van de dracht worden in verband gebracht met het ontstaan van aangeboren afwijkingen. Of het nieuwe virus kleine herkauwers kan infecteren en tijdens de dracht foetale schade kan veroorzaken, is op dit moment nog onbekend.
Knutten zijn vooral actief van het voorjaar tot in het najaar. Schapenhouders die vroeg in het seizoen starten met dekken, kunnen de huidige onzekerheid rondom dit nieuwe virus meenemen in hun keuze voor het dekmoment. Wie uit voorzorg het risico op blootstelling tijdens de vroege dracht wil beperken, kan overwegen om ooien niet vóór oktober te laten dekken. Of aanpassing van de dekperiode wenselijk is, blijft een afweging van de schapenhouder zelf. Op basis van de huidige kennis is niet bekend of deze voorzorgsmaatregel noodzakelijk is.







